komen en gaan
Eerst was er het orgel en nu is er de computer en dat betekent dat het orgel moet gaan. Zo simpel zijn de dingen soms.
Mijn moeder speelde orgel toen ik jong was en dus wilde ik dat ook. Jaren heb ik les gehad, eerst vol enthousiasme, maar al snel speelde ik maar op twee momenten: donderdagmiddag vlak voor les, om nog even snel lesstof van de vorige week door te lezen en soms ’s avonds na het eten; dan hoefde ik in ieder geval de afwas niet te doen. Het grootste bezwaar werd al snel dat je altijd noten moest lezen, en nooit eens lekker een liedje uit de losse pols kon spelen. Noten lezen vond (en vind!) ik erg vervelend. En iedere week nieuwe leerstof betekende iedere week weer noten lezen.

Later kwam ik er ook achter dat orgels nou niet bepaald de meest sexy instrumenten zijn om te bespelen. Geen van de bands die ik leuk begon te vinden hadden een organist die met klassieke kerkorgelklanken een mensenmassa wist te bezweren. Toen heb ik het opgegeven. Na een aantal jaren niks gespeeld te hebben ben ik toen maar gitaar gaan spelen. Zonder les, gewoon zelf leren. Hoefde ik nooit meer iets te spelen wat ik niet wilde. Later, toen ik al redelijk speelde, heb ik nog een tijdje les genomen, maar toen ook die leraar met suffe liedjes en pagina’s vol noten aan kwam zetten ben ik maar snel weer afgehaakt.
Het orgel is verworden tot een meubelstuk in de huiskamer van mijn vader. En nu moet hij plaatsmaken voor de computer. Het meubelstuk van deze tijd. Dus staat het orgel op Marktplaats. Wat de gek er voor geeft. Niks, denk ik, het schijnt dat zelfs de kringloopwinkels ze niet willen hebben. Hij zal dus wel eindigen bij het grof vuil. En terecht.






