archieffotografielinkscontact

drie duimen dik

Fietsen zijn eigenlijk helemaal niet handig. Vooral niet als ze kapot gaan.
Een vriend was mij was vanavond afgestudeerd, reden om wat te gaan drinken. Op de terugweg brak de ketting van mijn fiets op mysterieuze wijze in tweeën en vouwde zich nog mysterieuzer om de as van het achterwiel heen, zodat ik niet voor- of achteruit kon. Je zal altijd zien dat je net een nieuwe trui aanhebt op zulke momenten, maar die ketting moest los. Na tien minuten trekken en draaien zat ik drie duimen dik onder het smeer, maar ik kon weer verder; lopend welteverstaan. En natuurlijk krijg je op zulke momenten altijd jeuk aan je neus.
Blijkbaar zag ik er toch nog aantrekkelijk uit, want al gauw kreeg ik gezelschap. Een jongen van Marokkaanse afkomst (geen vooroordeel: hij heeft het me zelf verteld) vroeg me of ik nog ver moest lopen. “Niet zo ver,” zei ik, “tien minuten”. “Zooo, dat is best lang!”, zei hij. “Ach, op een mensenleven…”, vond ik.
De jongen woonde in Amsterdam, en vond dat Groningen wel anders was. Wat rustiger, en ook minder buitenlanders. Maar hij dacht wel dat Groningen en Amsterdam ongeveer even groot waren. We keuvelden nog wat, over waar ik dan vandaan kwam (Beetsterzwaag), en hoeveel buitenlanders daar waren (een stuk of drie), tot hij zijn vriend ging zoeken. Misschien vond hij het toch een beetje een saai gesprek.
Een saai gesprek beginnen is dé manier om vervelende mensen kwijt te raken.

Toen ik eenmaal thuis was, zat de huissleutel natuurlijk in de zak van mijn spijkerbroek. Als ik met die met vieze handen zou pakken zou alles nog veel erger worden. Even overwoog ik om aan een jongen, die in een groepje voorbijliep, te vragen de sleutel uit mijn zak te halen en de deur voor me open te doen, maar dat zou een rechter vast niet geloven.
Dus toen heb ik mijn handen maar wat schoongeveegd in het gras, en toch zelf de deur open gedaan.


 
29 juni 2006 door Tera