spoed
Gisteren voelde ik me voor het eerst echt dokter. Dat wil zeggen: ik had van vijf tot elf uur ’s avonds het hele ziekenhuis voor me alleen. Natuurlijk waren er wel een hoop verpleegkundigen, die door jarenlange ervaring ook bijna voor dokter kunnen doorgaan. Maar dat neemt niet weg dat ze toch naar jou kijken als er iets ernstigs aan de hand is.
Ik was best zenuwachtig voor deze eerste avonddienst, omdat ik al wekenlang allemaal rampscenario’s in mijn hoofd afspeel over wat er al niet mis kan gaan. Stikkende mensen, mensen die in een coma raken, mensen met een hartaanval, mensen met grote bloedingen…
Voorafgaand was ik even op bezoek bij mijn oom en tante. Mijn oom was nieuwsgierig naar wat ik allemaal deed in het ziekenhuis, en vroeg wat ik dan zou doen als er iets ergs gebeurde.
“Euh, heel snel de specialist opbellen,” bracht ik uit.
“Dus alles wat je na zes jaar geleerd hebt is dat je in een spoedgeval de specialist opbelt, en je belangrijkste instrument is een telefoonlijstje?”
“Nou, nee hoor…”.
Maar hij geloofde me al niet meer en lachte me hartelijk uit.






