Een weldaad voor de oren
“Een weldaad voor de oren”, staat er op het doosje, en ook: “Een begrip sinds 1907”. Al jaren gebruik ik van die wassen oordopjes om de herrie tijdens concerten enigszins dragelijk te maken, maar nog nooit had ik bewust naar de teksten op het doosje gekeken. Ineens viel het me op. ‘Vreemde tekst’, dacht ik, want hoewel dit inderdaad wel de meest prettig zittende oordopjes zijn, vind ik het dragen ervan niet echt een ‘weldaad’. Het is niet zo dat ik het gevoel heb dat er iets mist in mijn oren, als ik ze niet draag.
En dan die tweede zin: ‘Een begrip sinds 1907’. Blijkbaar had men in 1907 ook al door dat dit niet zomaar een oordopje was, maar iets bijzonders. Gelukkig geeft de website van het bedrijf een nadere toelichting: de toenemende industrialisering aan het begin van de 20e eeuw maakte dat er, met name in de steden, vraag ontstond naar oordopjes. Er werden vele grondstoffen geprobeerd, zoals hout, metaal en hard rubber, maar niks leek effectief en comfortabel tegelijk.

In Berlijn was er echter een pharmaceut genaamd Maximilian Negwer, die zijn klassiekers kende en zich liet inspireren door Homerus’ Odysseus die de bemanning van zijn schip oordopjes gemaakt van bijenwas liet dragen om ze te beschermen tegen het gezang van de Sirenen.
Uit een mengsel van schaapsvet, bijenwas en katoen maakte Negwer oordopjes die vervormbaar en zacht waren, maar waarvan er geen resten achterbleven in je oren. Hij noemde zijn uitvinding Ohropax, oordopje in het Grieks/Latijn. Omdat schaapsvet ranzig werd en bijenwas voor irritatie zorgde werden ze vervangen door paraffine en vaseline. Het oordopje werd erg populair en in alle kringen gebruikt; ook door Franz Kafka die, naar het schijnt, extreme stilte nodig had om te kunnen schrijven. In een brief schreef hij “Ohne Ohropax bei Tag und Nacht ginge es gar nicht”.
Niet zomaar oordopjes dus, een begrip.






