blauwe plekken
Toen ik klein was, vond ik het leuk om, gehuld in een slaapzak, de trap af te rollen. Ja, van boven naar beneden. Ach, wat zijn een paar blauwe plekken op je kont, als je het gevoel hebt dat je de Mount Everest afgedaald bent? Wat ik ook deed was, als ik in bad was geweest, het hele bad insmeren met zeep en me dan vanaf de rand naar beneden laten glijden in de glibberige kuip. Botsingen met de kraan en de stop zorgden voor nog meer blauwe plekken, maar wat boeit dat? We hadden toen nog zo’n echte retro-groene badkamer.
Tegenwoordig heb ik nooit meer blauwe plekken. Alleen als ik weer eens tegen een deur of kast oploop, want mijn coördinatie is hard minder geworden na m’n twintigste.
Mijn ouders hadden het er maar druk mee. Want ik was niet de ergste: nee, er waren nog drie broers, die potten zalf uitsmeerden over de meubels en kikkers in sigarendoosjes verstopten. Het schijnt dat ik in lichte mate last heb van geldingsdrang, maar dat is helemaal niet zo vreemd, als je naar mijn verleden kijkt. Constant opboksen tegen de gevestigde wanorde in huis doet dat met je.
Het kan liggen aan het feit dat ik in de herfst altijd wat last heb van nostalgie, maar ik zou wel weer eens een blauwe plek willen hebben, bijvoorbeeld als gevolg van de Kieteldood.







